Het getal elf speelt een ontegensprekelijk een belangrijke rol in het carnavalsgebeuren. Wat is hiervoor de juiste reden, of waar ligt de oorsprong?

 

De meningen hieromtrent zijn nogal erg uiteenlopend, in die mate zelfs dat de ene verklaring vaak zelfs niets met het andere te maken heeft.

 

Anderzijds staat het cijfer elf niet alleen centraal in het carnavalsgebeuren, maar heeft het door de eeuwen heen een soort mystieke en magische waarde opgebouwd. Vandaar dat we in deze rubriek het cijfer elf niet alleen beschouwen van de hoek “carnaval” maar in zijn algemeenheid.

 

Wij hopen echter dat u na het lezen van de talloze verklaringen het noorden niet helemaal kwijt bent.

Is het een gekkengetal of een zondegetal?

 

Het getal elf wordt in onze contreien, meer bepaald België, Nederland en vooral Duitsland aanzien als een gekkengetal (die Narrenzahl). De Duitsers spreken soms ook over “Schnapszahl”. De Engelsen toch ook een Germaanse taal kennen daarentegen de elf niet als “fool’s number”, hetgeen evenmin het geval is in de Romaanse talen.

 

Eén van diegenen die zich daar over gebogen heeft, en wel vanuit de optiek “Vastenavond”, is de Duitse volkskundige D.R. Moser. Volgens Moser is het getal elf het getal van de zonde, de gek, de nar, de duivel,…

 

De “belendende” getallen 10 en 12 daarentegen hadden een zeer bijzondere status Elf betekent immers het overschrijden van het heilige getal tien. Het getal van de tien geboden. Elf werd dus aanzien als een teken van zonde. Schiller schreef nog: “Elf is een boos getal”. Ook in de bijbel is 11 een negatieve grootheid. Elf is immers één minder dan twaalf, dat eveneens een heilig getal is, denken we maar aan ons twaalfdelig stelsel dat we gebruiken in tijdsaanduiding (uren en maanden). We kennen de twaalf artikelen van het geloof, en de twaalf apostelen. Toen Judas verraad pleegde was er eentje minder, en werd Mathias snel gekozen om de twaalfde plaats terug in te nemen. En van de twaalf stammen van Israel raakte er eentje zoek.

 

Dit alles wijst er dus op dat het getal elf al zeer vroeg een bijzondere, maar tevens een kennelijk negatieve betekenis had.

 

In de getallenleer was 11 een vreemd getal ; een priemgetal (=ondeelbaar) waar men niet goed raad mee wist.

 

Voor dobbelaars (spelend met twee dobbelstenen) is 11 het van het! Wie 12 werpt heeft de pot. Maar met 11 sta je er ook goed voor.

 

Is het getal Elf belangrijk geworden omdat 11 november, de 11de van de 11de dus, een belangrijke datum was? Het was tenslotte exact 40 dagen voor Kerstmis (40 is een heilig getal) en de feestdag van Sint-Martinus, de heilige aan wie ongelooflijk veel kerken gewijd zijn.

 

Eeuwenlang was 11 november de dag, dat het jaarwerk geacht werd afgesloten te zijn. De schuren zaten vol, als de oogst tenminste goed was geweest, de wijnoogst was binnen en – zeer belangrijk – de pacht en de belastingen moesten worden betaald. Vooral de pacht, de cijnzen, de verpondingen, de vele renten en niet te vergeten, de tienden drukten zwaar, zeer zwaar op de bevolking. Een jaar lang van schrapen, zuinig zijn en elke cent die binnenkwam opzij leggen, kon worden afgesloten en na betaling op 11 november was men daar tenminste weer voor een jaar vanaf.

 

De kinderen kregen die dag lekkers, er werd eten en kledij aan de armen en de bedelaars gegeven, de zieken kregen iets extra’s want er was reden voor uitgelatenheid en vreugde. En ‘s avonds puilden de herbergen uit, want er werd op de elfde van de elfde heel wat weggespoeld. Geen wonder dat velen daags na dit feest behoorlijk leden aan “mal de St.Martin”, de klassieke stevige hoofdpijn te wijten aan overmatig drankgebruik.

 

Diverse pausen hebben zich in het verleden zeer nadrukkelijk met de Vastenavondviering ingelaten. Ze organiseerden synodes met betrekking tot vasten en Vastenavond. Ze deden met wagens mee aan optochten, vaardigden speciale collectes uit, enz…

 

Van Paus Martinus V, gekozen op 11 november 1417, is bekend dat hij de bijnaam “Papa Carnavale” droeg, en dat was niet vanwege het feit dat hij op 11 november tot paus werd verkozen, maar wel omdat hij vond dat carnaval te kort duurde.

 

Met deze datum opende tevens de periode waarin de huisslacht was geoorloofd en die eindigde met de vasten. Vanuit de 11de van de 11de werd bijna 400 jaar geleden overigens de Vastenavonddatum berekend. In het kalender Calendarium Historicum van 1594 gebeurt dit als volgt: vanaf de dinsdag in de op de 11de van de 11de volgende week waarin het nieuwe maan is, duurt het nog 13 weken tot het carnavalsdinsdag is.

 

Komt elf van elfen, van alfen? Dit zijn, naar oudgermaanse opvatting, een soort geesten; mogelijk zelfs de nog niet verloste zielen van overleden voorvaderen, waarmee de generatie van jongvolwassenen – via de initiatierituelen tijdens de lentefeesten – contact probeerde te leggen. Aan het hoofd van dit leger (Heer) van elfen, zou de elfenkoning, de Erlenköning, de Harlekijn hebben gestaan. (Alfen betekent ook schertsen, iemand beetnemen).

 

Het is bekend dat in vroegere tijd belangrijke instituten als gilden al besturen hadden die uit 11 personen bestonden. Wie weet kwam dat omdat een belangrijk personage zich graag met 10 wijze raadgevers omgaf. Dit leidt trouwens tot een plezierige symmetrische opstelling.

 

In het bekende boek Werelden in botsing zegt E. Velikovski dat omstreeks het begin van de 7de eeuw voor Christus de omloop van de aarde t.o.v. de zon alsmede van de maan t.o.v. de aarde door een kosmische ramp is veranderd; daarvoor verdeelden tal van volkeren het jaar in 10 of 11 maanden, terwijl een joods lied uit die tijd dat op seideravond wordt gezongen, spreekt over de 11 sterrenbeelden van de dierenriem.

 

Ofschoon aan bepaalde historische data een oeridee omtrent getallen ten grondslag kan liggen, kan ook het omgekeerde het geval zijn. Zo is bekend dat de oudste Geckengesellschaft werd opgericht door graaf Adolf van Kleve in 1381 en wel op de 12de van de 11de. Alles wijst er op dat het stichtingsfeest van de 11de kennelijk lichtelijk uit de hand is gelopen, zodat de ondertekening een dag te laat plaats vond. Opvallend is ook dat het zegel van de graaf (alle anderen waren ook van adel) de 11de plaats inneemt in de rij van de 35 zegels. En daarmee zijn we er nog niet. Het devies van dit adellijke narrengezelschap luidde “EyLustigh Fröhlich”. Zulks kan toch allemaal geen toeval zijn.

 

Het getal elf zou, zo is ook al beweerd in verband kunnen staan Napoleonitische “Code Civil”. In het hoofdstuk 11 daarvan stond immers “De volwassene, die lijdt aan krankzinnigheid, waanzin of razernij moet onder curantele behandeling gesteld worden, zelfs als in de toestand af en toe een verbetering optreedt. Hoogstens een verklaring waarom deze problematiek onder dit hoofdstuk wordt behandeld, en niet in een ander. Elf zou ook kunnen komen van de beginletters van het devies van de Franse revolutie, Egalité, Liberté, Fraternité. Leuk bedacht maar de officiële is wel Liberté, Egalité, Fraternité!

 

In Dülken bestaat de fameuze Narrenakademie. Men vertelt een boeiende geschiedenis over de oprichting. Die zou te danken zijn aan een elftal Akenaren, dat aan de dwaasheden van zijn tijd niet wenste mee te doen en om die reden gedwongen was buiten de stadsmuren een verblijfplaats te zoeken. Die vond men in een bouwsel met 11 ramen. Toen de elf daar ook niet met rust gelaten werden, verplaatsten ze zich – op stokpaarden – naar Dülken, waar ze in de molen aldaar onderdak vonden. In Aken lag tot vlak voor de Tweede Wereldoorlog nog steeds een boerderij die de naam “elf gecken” droeg en al sinds 1584 bekend is.

In de wereld van de bouw en de architectuur duikt het getal elf met zijn symboliek ook veelvuldig op. Zo werden bijvoorbeeld de eerste huisjes voor krankzinnigen gegroepeerd in aantallen van elf “elf dolhuyskens”. Er kan eveneens vastgesteld worden dat boogbruggen nogal eens 11 grote steenblokken tellen, of 11 speciaal versierde steenblokken. Dat deze centrale elfde steen “de gek” wordt genoemd, zal allicht niemand verbazen. Een typisch voorbeeld hiervan is de Brug der zuchten in Venetië (zie afbeelding hiernaast)

 

Iedereen heeft ongetwijfeld reeds de uitdrukking gehoord “Ter elfder ure”. Als men schilderijen uit de middeleeuwen bekijkt zal men heel vaak kunnen vaststellen dat de grote wijzer (in die tijd hadden de klokken trouwens slechts één wijzer) naar elf wijst. Hetgeen betekende “laatste waarschuwing”, “memento mori”. Het was de aanmaning om het leven te beteren, een laatste kans in de richting van een ommekeer. Zij die destijds hun verplichte legerdienst hebben “geklopt” kennen ongetwijfeld de uitdrukking “op de elfurenmis moeten verschijnen”, hetgeen meestal betekende dat men voor de bevelhebber diende te verschijnen om één of andere straf of vermaning op te lopen.

 

Het verklaart ook waarom tot het elfde uur (dat was in Israël in die tijd overigens het vijfde uur in de namiddag) arbeiders in de wijngaard werden toegelaten.

 

De uitdrukking “Het is vijf voor twaalf”, die allicht ontstaan is na de invoering van de kleine wijzer heeft in feite dezelfde betekenis, omdat ook dan de grote wijzer naar elf wijst.

Kortom het cijfer elf wijst er duidelijk op dat er iets mis is, zelfs in het voetbalspel waar een trap vanaf de elfmeterstip eveneens het gevolg is van een fout in het spel.

 

Echte carnavalisten zullen er echter niet van overtuigd worden dat er met carnaval eigenlijk iets verkeerd of mis is. Tijdens de carnaval is het daarentegen wel anders dan normaal.

 

Tenslotte lijkt het de moeite waard aandacht te besteden aan de sterke taalkundige overeenkomst tussen het getal elf en de carnavalsschlachtruf “Alaaf”. In talen die geen medeklinkers kennen, zouden ze zelfs gelijk zijn.

Allerlaatste nieuws

Overdrachtsbal

Posted on nov - 7 - 2016

0 Comment